Interview met Wannes Gyselinck en Natali Broods
Tekst: Jens Dewulf
Foto's: Koen Broos
Stel je voor dat de makers van de hitvoorstelling DE SITCOM op een haar na uit elkaar gespeeld waren, dat tijdens het succes ook de implosie dreigde. Wat dan? Een comeback maken, natuurlijk. In DE SITCOMEBACK zet DE HOE het onderzoek naar waarachtigheid verder: met ongekende openheid speelt ‘Het Onaf Ensemble’ de eigen groepsdynamieken op de scène. Natali Broods en Wannes Gyselinck vertellen hoe ze veroordeeld zijn tot zichzelf, maar toch het kleinst mogelijke verschil proberen te maken.
Waarom dachten jullie na DE SITCOM: we maken een comeback?
Natali Broods: “Toen we DE SITCOM bedachten, wisten we eigenlijk al meteen dat er ook een tweede deel zou komen. Oorspronkelijk was het idee dat we in DE SITCOM de eerste vier afleveringen zouden spelen, en in een vervolgvoorstelling de laatste vier. De finale, als het ware. Maar toen we klaar waren met DE SITCOM voelden we: dit is afgerond.”
Wannes Gyselinck: “Er was een diepe verzadiging met de materie van DE SITCOM. Alles wat we wilden vertellen, was verteld. En dan was er die vraag: wat nu? Wat doe je na misschien wel je grootste succesverhaal tot nu? Hoe brei je daar een vervolg aan? Tegelijk was het ook de vraag naar hoe we als groep verdergaan.”
In welke zin?
Wannes: “DE HOE zou je een nieuw samengesteld gezelschap kunnen noemen. Hof van Eede en de KOE zijn in 2022 gefuseerd vanuit een diepe wederzijdse appreciatie en nieuwsgierigheid. Wat we destijds te weinig hebben ingecalculeerd, is dat we van twee eerder kleine organisaties naar één grote zijn gegaan. Dat heeft gezorgd voor een soort gekwadrateerde chaos: we gingen met méér mensen méér en grotere voorstellingen maken. De verhoudingen binnen de groep moesten geherdefinieerd worden. Iedereen ging weer op zoek naar een plek binnen de organisatie, maar we konden op dat moment niet anders dan doen alsof het nog de oude organisatie was, want dat was ons enige referentiepunt.”
Natali: “We hadden − onbewust − allemaal andere verwachtingen, maar vanuit ons enthousiasme dacht ieder van ons: het loopt vanzelf wel los.”
Wannes: “Bij fusies van grote bedrijven wordt alles minutieus voorbereid en in contracten van honderden pagina’s gegoten, met allerlei als-dan-scenario’s. De als’en hebben wij overgeslagen: we zijn meteen in de dan-fase beland.” (lacht)
Jullie collectieve werkwijze maakt het er wellicht ook niet makkelijker op.
Wannes: “We benadrukken dat soms te weinig, vind ik: we werken altijd en overal horizontaal, ad nauseam maken we onze voorstellingen zonder hiërarchie. Daarnaast vertrekken we altijd van het lege blad. Dat zorgt ervoor dat de weg naar een voorstelling lang en intens is. Als we als groep goed naar elkaar luisteren, ontstaan er geweldige dingen, maar het proces blijft complex.”
Natali: “We vinden dat iedereen over alles iets moet kunnen zeggen. Niet iedereen doet dat altijd. Soms zie je mensen ook denken: dit ga ik aan mij voorbij laten gaan. (lacht) Maar we blijven daarin geloven. We brengen in onze groep heel getalenteerde mensen samen, die allemaal goede ideeën hebben. Het zou zonde zijn om daar geen oren naar te hebben. En als je een voorstelling zo vaak gaat spelen, wil je er ook echt gelukkig mee zijn.”
Wannes: “Met DE SITCOMEBACK hebben we weer een voorstelling voor zeven spelers geschreven, die allemaal een interessant parcours moeten hebben. Je wilt iedereen iets te spelen geven, zodat er zich op scène ook echt een ensemble vormt.”

Dat ensemble is sinds kort uitgebreid met het nieuwe jong collectief: Julie Boellaard en Sweder de Sitter. Hoe bevalt de samenwerking tot nu toe?
Natali: “Ik vind het ontzettend fijn. Ze zijn nog leuker dan ik al dacht dat ze waren. Ze zijn grappig, flexibel en ambitieus op een heel mooie manier. Ze zijn ook heel Nederlands: ze zijn niet afwachtend en spreken uit wat ze denken. Dat heeft ervoor gezorgd dat ze verrassend snel een volwaardig onderdeel van deze groep zijn geworden.”
Wannes: “Het is verbluffend makkelijk om met hen te werken. Toen we hen net gekozen hadden, zei Natali: ‘Ik denk dat ik van hen wel wat kan leren.’ Ze bedoelde dat volgens mij op spelniveau, maar Julie en Sweder hebben daarnaast een heel aangename impact op hoe we samenwerken. Er zijn bijvoorbeeld altijd momenten van verhoogde intensiteit in een maakproces en dan durven we al eens hevig door elkaar te praten.”
Natali: “Dat is alsof je op een goudader botst, en dan begint iedereen tegelijk te graven en te boren.”
Wannes: “Op zulke momenten doen Julie en Sweder iets wonderlijks: ze vertragen en bevragen ons. We hebben dat gerecupereerd in het script van de voorstelling: de rollen van Julie en Sweder zijn een soort verderzetting en intensivering van de rol van de jongste generatie in DE SITCOM. Toen waren ze de crew die de gebeurtenissen op de filmset in goede banen leidde, in DE SITCOMEBACK begeleiden ze de groep naar een beter begrip van elkaar en zichzelf.”
Dat klinkt therapeutisch.
Wannes: “De voorstelling gaat over hoe elke groep mensen die meer dan twee leden telt op een manier altijd in de problemen komt, maar vooral over hoe je weer common ground vindt. We dramatiseren onze eigen groepsverhouding, en op zijn beurt dramatiseren we dat dramatiseren zelf ook weer. DE SITCOMEBACK is een onderzoek naar wat er met oprechtheid gebeurt als mensen ernaar kijken. Als je je verhaal doet op een podium, ben je vanzelf aan het performen. Zodra er een publiek bij betrokken is, wordt oprechtheid een show. Ik denk dat wij een staalkaart van performancestijlen van oprechtheid tonen, maar, en dat is cruciaal: het is niet omdat we de oprechtheid performen, dat ze verloren gaat.”
Natali: “Ook in show kan waarheid zitten. Die twee kunnen hand in hand gaan.”
Wannes: “Als je oprecht bent, stel je jezelf toch ook vaak de vraag: is dit nu écht wat ik vind, denk of voel? Of ben ik het wat extra aan het aanzetten? Ben ik mijn emoties aan het spelen, aan het uitspelen zelfs? Een mens kan zijn zelfbewustzijn nooit helemaal uitschakelen. Hoe weet je dan zeker van jezelf dat je oprecht bent? Dat is niet zo evident, en bovendien niet ééndimensionaal. In huilen kan genot schuilen, en in een ruzie kan je echt genieten van…”
Natali: “... een goeie volzin!”
Wannes: “Exact. Eigenlijk is de oprechtheid opvoeren als show paradoxaal genoeg het dichtste dat je op een podium bij reële oprechtheid kunt komen. Als je er dan toch toe bent veroordeeld om je waarachtigheid te spelen, kan je dat spelen maar beter nadrukkelijk tonen.”

Natali: “In DE SITCOM destabiliseerden we met ‘actie’ en ‘cut’ voortdurend de verhouding tussen wat ‘echt’ was en wat ‘gespeeld’. De setting van de filmopnames is in DE SITCOMEBACK weggevallen, maar de vraag blijft: wat is echt en wat is het niet?”
Wannes: “Als DE SITCOM ging over een soort geslotenheid, waarbij we de oppervlakkigheid als schild gebruikten, gaat het in dit stuk eerder om een poging om onszelf weer te openen, in verschillende gradaties en op verschillende manieren.”
Natali: “En om de vraag: wanneer moet je je toch weer sluiten? Want ook in jezelf openstellen kan je te ver gaan.”
Wannes: “Tegelijk is het geen argwanende voorstelling. We willen allesbehalve cynisch zijn over oprechtheid. Het enige wat we kunnen doen, is telkens opnieuw proberen zo waarachtig mogelijk te zijn. Dan is het aan het publiek om te geloven of het waar is of niet. En om er, zelfs als het niet echt is, een betekenis in te zien. Het is niet omdat iets niet echt is, dat het niet waar is.”

Een bijzonder duo dat meermaals in de voorstelling opduikt is de zangeres Cher en haar imitator Chad Michaels. Wat is hun rol in DE SITCOMEBACK?
Natali: “Soms schrijf je scènes waarvan je pas achteraf weet wat ze betekenen. Die met Chad en Cher passen in die categorie. Ze gaan over de maakbaarheid van een identiteit en over het verlangen om (zoals) iemand anders te zijn.”
Wannes: “Het is de geschiedenis van de menselijke ontevredenheid: als mens wil je veranderen − in iemand anders of in de betere versie van jezelf.”
Natali: “Het gras is natuurlijk altijd groener aan de overkant, maar ik las ooit ergens: als je zoals iemand anders wilt zijn, moet je ook diens problemen erbij nemen.”
Wannes: “We verbeelden ons in DE SITCOMEBACK de relatie tussen Cher en Chad, tussen het icoon en haar beroemdste imitator. Het spannende is dat Chad Michaels wil lijken op iemand die beslist heeft dat ze niet meer wil veranderen. Cher is door de wonderen van de cosmetische chirurgie als het ware bevroren in de tijd. Ik ken niemand die zulke successen heeft behaald in het tegengaan van haar eigen verandering. Op die manier is Cher tegelijk onsterfelijk én gestorven. Ze draagt een permanent dodenmasker.”

Wat heeft dat met een groep toneelspelers in crisis te maken?
Wannes: “Het hangt samen met de vraag: wat gebeurt er met je als zoveel mensen naar jou kijken? Dan zijn er twee opties: de blik van de ander kan jou vormen, of je beschermt jezelf ertegen. Chad en Cher belichamen de worsteling met het personage dat je zelf geworden bent. Chad doet er alles aan om Cher te zijn, maar Cher is op haar beurt tegelijk jaloers op Chad, omdat die te allen tijde toch nog de mogelijkheid heeft om gewoon zichzelf te zijn. Ondertussen blijft Cher altijd tot zichzelf veroordeeld. Dat kan je ook vertalen naar het werk van DE HOE. We beginnen iedere voorstelling met het idee: nu gaan we écht iets anders doen. En toch beland je uiteindelijk altijd bij iets wat herkenbaar is als ‘typisch DE HOE’. Een publiek heeft een duidelijk verwachtingspatroon: als we iets radicaal anders zouden doen, zijn ze teleurgesteld, maar als we te veel in herhaling vallen, is die teleurstelling er net zo goed. Er is dus maar een minuscule speelruimte waarin je aan jezelf kan ontkomen. Dat is wat we in de voorstelling ‘het kleinst mogelijke verschil’ noemen.”
Natali: “Ik vind dat we in DE SITCOMEBACK verrassend goed zijn geslaagd in dat kleinst mogelijke verschil. We hebben die minieme ruimte waarin we voor onszelf het verschil kunnen maken toch echt opengewrikt.”
Wannes: “Ja, dit is nog nooit gedaan. Door ons. (lacht) Dat kleinst mogelijke verschil klinkt misschien cynisch − je ontkomt niet aan jezelf −, maar het is toch vooral hoopvol: er is wel degelijk iets mogelijk. Ik denk dat het traject dat wij als groep hebben doorlopen daarvan het bewijs is. DE SITCOMEBACK is onze hommage aan dat proces.”