Interview Arno Roesems
Tekst: Yannick Deleebeeck en Annelies Desmet
Foto's: Elise Maertens
Arno Roesems is net 31 geworden en stelt zijn eerste plaat voor met zijn groep Black Harrier op 27 februari 2026. Hij is geboren en getogen in Sint-Ulriks-Kapelle, van Klein Klein Kleurterke tot Boka United. Maar ook gebeten door de familiale muziekmicrobe. Saxofoon is zijn instrument geworden. Tim Acke was zijn muziekleraar en zijn grootste voorbeeld. Naast grote namen als Bob Reynolds. Uiteraard.
Arno, welkom in Westrand! Hoe was het om op te groeien in Sint-Ulriks-Kapelle?
Arno: Goh, er is daar in principe niet zoveel. Een bakker, een slager en vroeger was er een café, waar de mensen na de mis iets gingen drinken. Ik groeide op aan de overkant van basisschool De Kriebel en speelde vroeger nog voetbal bij BOKA United.
Maar ik kan me voorstellen dat de interesse niet is ontstaan in de voetbalkantine?
Neen, mijn vader had een grote stereo en daar was ik uitermate in geïnteresseerd. Ik zat uren met de koptelefoon aan de knoppen te draaien en te luisteren. Ik sloeg op potten en pannen, muziek was echt een grote fascinatie. Tot vervelens toe van mijn ouders. Op een gegeven moment hadden we een workshop van Jeugd en Muziek op school en kreeg ik voor het eerst een saxofoon in mijn handen. Diezelfde avond zei ik thuis meteen: ik wil saxofoon leren spelen en zo simpel was het.
Wat trok je zo aan in dat instrument?
Ik was meteen geïnteresseerd in de mechanische puzzel van dat instrument. Hoe je daar nog geluid uit kon krijgen, was me echt een mysterie.
Wat was de volgende stap?
Nadat ik de microbe voor de sax te pakken had, ben ik notenleer gaan volgen in de muziekschool in Groot-Bijgaarden. Samen met een klasgenoot - die ook saxofoon speelde - belandden we bij Tim Acke - een waar fenomeen en nog steeds mijn grote voorbeeld. Van daaruit is het gegroeid en bleek dat ik er talent voor had. Achteraf gezien ook niet geheel vreemd, mijn grootvader was blijkbaar ook saxofonist en die speelde bij de band van Willy Sommers.
In die periode speelde je ook je eerste (nota bene) betaalde concert, tijdens de verkiezingen van 2003.
Klopt, ik was acht jaar en net beginnen spelen. De verkiezingen gingen door in basisschool De Kriebel. Mijn vader had het idee opgevat dat ik alle stemgerechtigden ontving met een streepje muziek, zodat ik wat kon oefenen. Dus nam ik mijn pupiter, saxofoon en mijn koffer en leerde ik een nummer of vijf uit mijn hoofd. De passanten vonden dat wel fijn, dus bleef ik maar spelen, uiteindelijk toch voor even, totdat de bijzitters kwamen melden dat “het toch stilaan voldoende was”. Het leverde me uiteindelijk 38 euro op!
Met welke muziek ben je opgegroeid?
De jazzscene uit de Film Aristokatten kende ik als kind door en door - in het Nederlands wordt die trouwens gezongen door Louis Neefs.
Thuis stond er altijd muziek op, vooral de radio, maar ook in onze badkamer bijvoorbeeld bij het tanden poetsen, zoals Simple Minds, Dire Straits. The Cure kwam dan weer van mijn moeder, net als Guns ‘n Roses. Ik hield ook van Prince en U2. Heel erg eighties allemaal en New wave.
Probeer je dat geluid ook ergens na te streven nu?
Er is wel een auditief idee dat door die U2 en Simple Minds is blijven hangen. Het moet toegankelijk blijven. Simple Minds zit eigenlijk redelijk complex in elkaar, maar toch kan iedereen dat meezingen. Bij U2 zitten er veel elektronische zaken in die heel vooruitstrevend waren toen. En die toch nog altijd heel transparant en open klinken, heel gestructureerd. Vrij basic in bepaalde zaken, maar toch met veel complexiteit. Prince kan ik zelfs gewoon niet beschrijven. Maar die invloeden zitten er zeker in.
Ik hoor een grote fascinatie voor Prince, heb je hem ooit live gezien?
Ja. In de concertzaal van de Botanique, in één van die beruchte aftershows. Zijn laatste show in België. Op Stubru hebben ze dat een uur voordat die show begon aangekondigd. Mijn vader had dat gehoord en die zei: zullen we dat niet eens proberen te doen. Mijn broer, mijn vader en ik zijn dan aangekomen - als laatste - zonder enige hoop dat we ooit zouden kunnen binnen geraken. En dan net na ons hebben ze de poorten dichtgedaan. Aan de inkom moesten we wachten en 100 euro cash leggen. Wij hebben toen nog ergens cash kunnen afhalen en hebben we ons toch nog kunnen vervoegen. Mijn broer heeft achteraf nog twee drumstokken gekregen die nu thuis staan te pronken.
Na Sint-Ulriks-Kapelle naar Gent. Was dat een evidente keuze om thuis voor te leggen?
Nee, dat heeft even tijd nodig gehad. In het middelbaar, zat ik in wetenschappen-wiskunde, ik deed voetbal, muziekschool, ik zat ook in een rockband en zat ook in een theatergroep in CC De Ploter. Ik was na schooltijd eigenlijk altijd bezig. Dat liep wel vlot en dat was voor mijn ouders ook het signaal dat dit ook wel ging lukken. Ik heb lang getwijfeld om dit ook serieus te nemen. Omdat ik ook niet veel moeite moest doen. Met de vrienden die ik had was ik altijd creatief bezig. Maar het jaar voordat ik naar het conservatorium ging, heb ik lang getwijfeld. Ik wou het heel graag doen, wetende dat ik mijn hele leven spijt zou hebben om een kans die ik niet zou gegrepen hebben. Dat heb ik tegen mijn vader gezegd, die repliceerde dat ik er dan voor mocht gaan.
Liever spijt hebben dat je iets hebt gedaan, maar dan alsnog gefaald in bent, dan het nooit te ondernemen.
Ja, dat gesprek is ooit geweest, dat weet ik nog heel erg goed. En vandaar dat ik zijn toestemming kreeg. Het is nooit mijn ambitie geweest om hoge toppen te scheren. Ik ga niet proberen carrière te maken. Maar ik zou er wel spijt van hebben gehad dat ik het überhaupt nooit zou geprobeerd hebben. Omdat ik zo opkeek naar mensen die het wél hebben gedaan.
Ik was er erg graag mee bezig, was niet bijzonder getalenteerd ofzo. Dat zorgde er ook voor dat niet alles in de weg kwam te staan van andere dingen. Dan heb ik me een halfjaar voorbereid voor de toelatingsproef. En dan heb ik in drie conservatoria ingangsexamen gedaan, ik was er niet door in Brussel, wel in Gent en Leuven. Tot mijn grote teleurstelling niet in Brussel. En uiteindelijk heb ik na veel twijfelen voor Gent gekozen. Een heel intense periode. Je wordt losgekoppeld van je muzikale achtergrond, je zit plots in een overgangsfase waarin je je eigen muzikale identiteit begint te ontwikkelen.
Welke artiesten hebben je daar gevormd?
Dat is zo bizar hè, maar Tim Acke, die heeft mij heel erg gevormd in fusion jazz, Prince, bigbandmuziek. Charles Mingus, Miles Davis, Michael Brecker de saxofonist, ik was totaal onder de indruk van deze artiesten. Die komt nog altijd terug als één van de grootste invloeden.
Ik kan mij inbeelden dat jouw leeftijdsgenoten heel andere muzikale helden hadden op dat moment?
Door mijn vrienden en dan vooral die van de rockband waar ik als bassist speelde, leerde ik Arctic Monkeys, Franz Ferdinand, White Stripes en andere hippe rock’n roll bands kennen. En uiteraard ook Nirvana, Foo Fighters, Red Hot Chili Peppers, Metallica, Pantera en Sex Pistols. Al die punk en rockinvloeden kwamen binnen. En daarnaast zat ik in een bigband, en daar hoorde ik Chick Corea, John Coltrane, Count Basie, Duke Ellington. Heel dat brede veld van alle muzieksmaken kwamen samen tijdens mijn puberteit. Ook alles wat ik van Woodstock kon vinden, was uitermate interessant.
In het conservatorium kreeg je dan een klassieke opleiding veronderstel ik?
In het conservatorium moest ik een richting kiezen en ik koos klassieke muziek. Dat werd een grote shock, want ik kende daar letterlijk niets van. Hoewel dat natuurlijk wel verwacht werd. Ik was gelukkig al veel bezig met muziek en partituren lezen. Tim Acke bleef in mijn achterhoofd zitten want hij had hetzelfde parcours afgelegd.
In het conservatorium leer je dan de hele complexe geschiedenis van de saxofoon. Het begin van het instrument tot de hedendaagse klassieke muziek. Je moet de grootste pianoconcerto’s voorstellen, en dat verwachten ze op saxofoon. Vijf jaar studies blijven dan ook echt wel plakken. Ik moet toegeven dat ik daar wel fel mee heb geworsteld.
Je bent van veel markten thuis en daarnaast had je al een bandje?
Ik speelde in een jazzcombo in het middelbaar. Daarna ben ik bij Guy’s Bitches terechtgekomen, dat is dan pure pop die band ontstond uit de muziekschool van Groot-Bijgaarden. In het conservatorium begon ik met een rockband die meedeed aan wedstrijden. Zo ben ik in de punkscène terechtgekomen, dat is dan ook weer een nieuwe wereld.
Nemo Ensemble, hoe is dat dan tot stand gekomen?
Op het einde van mijn conservatoriumstudie werd ik benaderd door een fan van het repertoire van 21e eeuwse componisten. Hij zocht muzikanten om dat te kunnen brengen.
Dat kwam dan wel goed samen, jazz en klassieke achtergrond, met ook een sneer punk in.
Wij hebben ook nog enkele concerten met grote ventilatoren gespeeld. In Darmstadt heerst er echt zo een vibe van hedendaagse klassieke muziek.
In februari ga je op het Westrandpodium staan! Je project heet Black Harrier, vanwaar de naam?
Ik zat al langer met het idee om een jazzkwartet te starten. Ik had een concert met Jelle Vastershaeghe - de pianist - en Maarten Taelman en Helene Bracke. Het ging om een soort opera gemixt met improvisatie en jazz. Wij deden zo wat popnummers à la covers van Stromae. Ik heb toen ook gevraagd om wat nummers van mezelf te spelen en te testen. Maarten, Jelle en ik hadden al snel het gevoel dat we iets samen wilden gaan doen. We zijn toen gestart met een klein repertoire van The Yellow Jackets, een nummer van Cape Town. Cape Town is uiteraard Kaapstad in Zuid-Afrika, daar leeft de Zwarte kiekendief. De letterlijke vertaling daarvan is Black Harrier. Dat is een onnozele vogel, een roofdier die niet zo heel erg hoog kan vliegen. De betekenis van mijn naam Arno, komt van Heilige Arnout. Heersend als een adelaar. Dat kwam mooi samen. Dus ik dacht, laten we dat nemen. Da’s een zwart-witte vogel.
En door de televisieserie Het Eiland kreeg de kiekendief nog een cultstatus.
Haha intussen was ik aan het componeren. Ik wou een nieuwe bachelor in jazz behalen, maar ik raakte niet door het ingangsexamen. Dat was een grote teleurstelling. Ik ben wel begonnen met jazz composities te maken. Ik ben dan online masterclasses gaan volgen bij Bob Reynolds in Southampton. Alle jazz harmonies gaan uitpluizen, technieken gaan uitzoeken. Die nummers ben ik vervolgens gaan testen met Black Harrier, en dat bleek aan te slaan. Met volgende stap was Westrand contacteren en hier ben ik!
Wat kunnen we verwachten van jouw concert in Westrand?
Het wordt een jazzcombo, bestaande uit basgitaar, piano, drum en saxofoon. Maar je zal snel doorhebben dat je niet de sound van een jazzcombo of een klassiek jazzkwartet hebt want je hoort herkenbare pianopartijen, die soms richting in de pop neigen, soms zelfs wat punk. Ik wou iets nieuws, iets eerlijks, iets waar ik naar opkijk. En dat lijkt me ongelooflijk om te doen. Het is toegankelijk en toch wordt er ook geïmproviseerd. We weten ook nog niet volledig wat we gaan doen, daarin wordt de jazz ook wel geaccentueerd. Het wordt een avontuur.
Heb je een droom over hoe je album zal klinken?
Ja en neen, ieder nummer heeft een betekenis, en is rechtstreeks gelinkt naar iets wat is gebeurd in mijn leven. Het is geen conceptalbum, maar het is een samenraapsel van herinneringen en gevoelens. Allowed to play verwijst daar ook naar, je mag spelen. Letterlijk en figuurlijk. Je mag ondanks het feit dat alles wat tegenzit, dat mensen je tegenhouden of dat de staat van de wereld in erbarmelijk is, mag je spelen. Er zit een soort speelsheid in die altijd terugkomt.
Kan je voorbeelden geven over die realiteit in jouw nummers?
Bijvoorbeeld Warm Rain is de warme regen in Milaan, waarin mijn vrouw en ik waren aan het rondlopen. Dat idee geef ik mee aan de muzikanten.
Een van de meer zwaardere nummers, is geschreven met de herinnering dat mijn twee vrienden en ik onze vriend zagen liggen in het mortuarium. Dat is geen fantasie, maar het is een soort realiteit die ik de muzikanten vrij laat interpreteren. Light hope in Sight, is de eerste compositie die ik zelf heb geschreven zonder muzikanten. Dat was in een heel lastige periode, en de realisatie dat dat kan verholpen worden zit daar zeker in. Het is ook instrumentale muziek, dus dat wordt ook de bedoeling dat het voor iedere interpretatie vatbaar is. De voedingsbodem van de fantasie, van de redenen van waarom de muziek er is, is zo echt mogelijk.
Ik ga je nog een ondankbare vraag stellen: kan je Bricolaag voorstellen?
Bricolaag wordt het voorprogramma en dat is Esther Coorevits. Multi-instrumentaliste met focus viool. We hebben uiteraard heel veel samengespeeld en gewerkt, onder andere bij Nemo Ensemble. Wij hebben al redelijk wat watertjes doorzwommen. Ik wist eigenlijk dat ze veel kleine verdoken creatieve dingen deed, maar meestal voor andere mensen. Ik kwam er vervolgens achter dat ze een soloproject had met altviool en elektronica, en ze wist me te zeggen dat ze dat het liefste deed. Die oprechtheid kon ik zeer appreciëren. Het is een amalgaam van pop, rock en klassieke muziek, soms zelf wat triphop. Altviool, elektronica en beats, het is toegankelijk mooi en heeft een sterk idee. Ik ken ze en ik wou haar absoluut. Het zet de juiste sferen, het is gefocust en creatief. Muzikaal-technisch zeer interessant en compositorisch heel rijk.
Wie zou je nog graag op het podium zien in Westrand?
Hoe zalig zou Ben Wendel zijn. Of Bob Reynolds? Twee zalige saxofonisten. Joshua Redman. Die grote namen mogen jullie wel eens contacteren.