Interview Kris Wauters
De Week van de Belgische muziek heeft altijd leuke verrassingen in petto. Zo kon je nog eens naar een oerdegelijke fuif in Westrand en ontdek je misschien wel een nieuw Belgisch talent. Elke dag is er een interview te horen op RadioRand met een Belgische artiest en zij kiezen hun favoriete Belgische classic. Willy Sommers, Helmut Lotti, Otto-Jan Ham, Isabelle A en Kris Wauters komen aan bod! Vandaag: Lotti goes Dilbeek.
Interview: Marc Huylebroeck van Radio Rand
Het is week van de Belgische muziek, denk jij dat Belgische artiesten die extra aandacht nodig hebben? Of denk je dat Belgische artiesten meer aandacht zouden mogen krijgen in de wereld?
Kris: “Ik denk het wel dat in de creatieve sector in de breedste zin van het woord de Belgen altijd goed voor de dag komen en dan heb ik het zowel over muziek en kunst en film en theater. Wij doen met relatief beperkte budgetten toch altijd vierkant ons goesting. En we zijn gewoon om resultaat af te leveren dat naast internationale dingen kan staan die vaak met veel geld gemaakt zijn. De Belgische muziekscène is al honderd jaar bij wijze van spreken bekend in het buitenland. Wij zijn in dance voortrekkers geweest, er zijn veel alternatievere bands die het uiteraard heel goed doen in het buitenland. We zijn geen wereldmarkt of -leider, ik denk wel dat in het buitenland naar België gekeken wordt.”

Clouseau mag uiteraard niet klagen, meer dan 100 sportpaleizen, jullie hebben wel degelijk iets te betekenen in de muziekwereld?
“Als je over de wereld spreekt, dan zijn wij met de taal waarin we zingen beperkt tot Nederland naast Vlaanderen. Wij kijken daar toch met grote fierheid en trots naar, terwijl, we ons gelukkig voelen of dat heeft niet te maken heeft met hoeveel volk we bereiken maar of het concert goed is of niet. Daar proberen we alles voor te doen. Al van in het begin denken wij, de mensen die ’s avonds naar huis gaan, die moeten tevreden zijn. Dat we dat één keer doen of 10 keer, dat telt niet mee, ook als je het maar één keer doet, moet iedereen ongelofelijk tevreden zijn.”
Maakt dat dat jullie na 40 jaar op een andere manier het podium opgaan?
“Wij spelen al heel veel jaar heel veel concerten overal te lande, ook in Nederland. En dat is telkens met dezelfde instelling, namelijk dit is ons laatste concert. Je moet altijd spelen alsof het de laatste keer is en er alles uithalen wat erin zit en de mensen een zo fijn mogelijke avond bezorgen. Ik mag in alle bescheidenheid zeggen dat we daar ook relatief goed in geworden zijn. We hebben ook het geluk dat doorheen die 40 jaar veel van onze songs echt tot bij de mensen zijn geraakt. Wij kunnen een valiesje opentrekken met songs die de mensen kennen en dat is heel dankbaar als je op het podium staat. Dat je én Nobelprijs én Vonken en vuur én Tegenpartij én Domino én Daar gaat ze, daarvan weten wij iedereen kent dit en gaat dit leuk vinden.”

Jullie staan in de top van de verkoop van de Belgische muziek naast een Axelle Red, Helmut Lotti, Adamo, wat doet dat met een Kris Wauters, wetende dat jullie hiertussen staan in de Belgische geschiedenisboeken?
“Ik ben daar heel fier op, zeker de namen die je nu noemt, dat zijn artiesten die internationaal heel veel platen verkocht hebben. Wij hebben het enkel met Vlaanderen en Nederland moeten doen. Dat geluk en die trots hangt niet af van het getal dat daar staat, ik ben vooral blij met de manier waarop wij onze carrière hebben mogen uitbouwen en de lessen die we geleerd hebben van dingen die in het begin werkelijk op niks trokken en waar we toch slimmer in zijn geworden. Als iets niet goed is, moet je dat ook durven toegeven. Wij hebben een nummer dat heet tijdmachine, en sindsdien kregen we vaak de vraag: mocht je een tijdmachine hebben, wat zou je anders doen? We hebben een hoop beslissingen genomen die niet de slimste waren of die achteraf bekeken fout waren, maar daar leer je uit. Ik denk niet dat ik veel dingen zou veranderen.”
Eventjes over Clouseau, komt er nieuw werk uit, zijn jullie bezig met nummers schrijven?
“Niet meteen, We hebben het afgelopen jaar een veel rustiger jaar gehad omdat het jaar daarvoor waarin Clouseau 40 werd, dat was een gek jaar met elke dag wel iets, we moesten daar een beetje van afkicken. We hebben dus relatief gezien niets gedaan. Ik heb veel muziek gespeeld en veel ideetjes opgenomen op mijn geavanceerde opnameapparatuur, genaamd I-phone. In die voice recorder zitten 100 kleine ideetjes, pas als we aan de slag gaan voor nieuwe songs, dan roep ik die allemaal op, ik delete er 90 van en met die 10 andere ga ik aan de slag om echte songs van te maken. Voorlopig zijn dit flarden van instrumentale ideetjes melodie of stukjes refrein. We zijn niet meteen van plan om in de studio te duiken, dat zal eerder voor volgend jaar zijn.”

Waar ben je vandaag dan zoal mee bezig?
“Ik ga en ’s morgens en ’s avonds met de hond wandelen. Dat is belangrijk voor de hond en ook voor mij, op mijn leeftijd moet dat, dat doet goed. Ik ben echt met vanalles bezig. Ik heb vorig jaar 24 Formule 1 weekends becommentarieert op Play Sports. Daar kruipt ook behoorlijk wat tijd en voorbereiding in. We hebben vorig jaar 2 grote shows gedaan met Clouseau, Marktrock en de Lokerse Feesten, dat was supertof. Daar kroop uiteraard ook wat repetitie en voorbereiding in.”
Het is jou gegund. Mag ik vragen wat jouw favoriete Belgische plaat aller tijden is?
“Dat is echt een heel moeilijke vraag. Dat kan bij wijze van spreken elke 3 dagen veranderen. Er zijn heel verschillende artiesten die ik zeer bewonder van een Jacques Brel tot Raymond van het Groenewoud tot veel recente dingen. Ik ga een naam noemen die we ooit met Clouseau hebben gecoverd en die toch altijd weer komt. Een song waar ik altijd terug naar luister en dat ik elke keer opnieuw fantastisch blijf vinden. Het is een song van een band die bijna een wereldgroep is geweest, maar dat is net niet gebeurd door omstandigheden die buiten de band lagen denk ik maar ze waren het in elk geval waard. Ik ga kiezen voor Seven horses in the sky van The Pebbles.”
Een liedje uit de jaren 60?
“De Pebbles zijn er eigenlijk mee verantwoordelijk voor dat Clouseau bestaat en populair is geworden. Eind jaren 80 hebben ze een reünie tour gedaan en ons gevraagd om het voorprogramma te spelen. In het jaar 1989, hadden wij één of twee singletjes uit en we begonnen een klein beetje bekend te worden, dan kwam Anne en daar hadden we een geweldig succes mee. Wij hadden allemaal nog een job en Koen zat nog op school, die zat nog op de vertaler-tolk school. De Pebbles gingen een tour doen met 70 concerten en ze vroegen of wij het voorprogramma wilden verzorgen, dat kwam door de populariteit van Anne. Ze dachten: als we Clouseau vragen als voorprogramma, dan gaan de zalen zeker vol zitten. We kregen daar een bescheiden vergoeding voor 70 concerten, dat was van september tot december 1989. Wij gingen elk 20.000 Belgische frank krijgen, dat gaat over 500 euro voor 4 maanden. We waren toen nog met z’n vijven, Etienne en Bob en Karel waren er nog bij. Op basis daarvan hebben wij allemaal onze job opgezegd en zijn wij gesprongen. Ik denk dat we er 5 of 6 gespeeld hebben van die tour, dat agency zag vooral luchtkastelen en dus die tour was één grote luchtbel en dan was dat klaar. Daar stonden wij dan, zonder job. We hadden vanaf toen wel alle tijd van de wereld om dag en nacht met Clouseau bezig te zijn. Dus elk verzoek dat er kwam, daar gingen we op in zoals radiopromo maken want wij konden bij elke radiostudio langsgaan overdag. En daardoor is Clouseau goed beginnen marcheren.”

Een geluk bij een ongeluk dus.
“Het is dus een beetje de schuld van The Pebbles. Fantastische band met geweldig repertoire. Enkele originele Pebbles zijn er helaas niet meer, Fred Bekky en Luc Smets, maar die muziek blijft overeind.”
Zalig en wat een verhaal! Rust maar lekker uit voor de volgende periode met Clouseau.
“Met veel plezier.”